Deze woorden spreekt Jezus tegen de discipelen tijdens de laatste momenten dat zij bij elkaar zijn. Zijn 'weggaan' heeft te maken met zijn sterven aan het kruis en meer nog met het ogenblik dat Hij teruggaat naar zijn Vader, het moment van zijn Hemelvaart.
Wij zetten die momenten keurig op een rij: het Kruis, de Opstanding, de Hemelvaart. Maar de discipelen keken op dat moment naar de toekomst als in een donkere mist. Toen echt tot hen doordrong dat Jezus hen zou verlaten, waren zij daardoor totaal van de kaart.
Het zijn al met al hele bijzondere momenten, die laatste ogenblikken dat Jezus en de discipelen bij elkaar zijn en waarbij de Heer met hen eet, met hen spreekt en voor hen bidt. (Johannes 13-17).
Twee momenten treffen ons en maken duidelijk dat de Hemelvaart van Jezus niet een naar moment van scheiding is, maar juist een geweldig moment is, voor Hemzelf en voor de discipelen.
Allereerst noemt Jezus de discipelen zijn vrienden, en Hij maakt duidelijk dat wanneer Hij weg gaat er een Ander komt, de Heilige Geest. "Jullie heb ik vrienden genoemd"
( 15:15 )
Dat lijkt zo gewoon. Ze waren toch zeker zo'n drie jaar dag en nacht met elkaar opgetrokken, hadden zoveel samen meegemaakt, dan is het haast vanzelfsprekend dat je dan vrienden bent geworden. Toch krijgt het woord 'vriend' dat Jezus hier - voor het eerst - gebruikt een hele eigen, bijzondere betekenis.
"Jullie zijn mijn vrienden, als jullie doen wat Ik gezegd (bevolen) heb. Deze voorwaarde geeft het woord vriend een andere klank. We denken: kun je dan nog wel van een 'vriend' spreken, als je moet doen wat een ander zegt. Het lijkt er meer op dat je dan een knecht bent, een slaaf in bijbelse taal. Maar Jezus legt uit dat er een groot verschil is. Een slaaf, een knecht, moet doen wat er gezegd wordt. Er wordt niet over gepraat. Maar ik heb met jullie over alles gesproken wat het Koninkrijk betreft. Ik heb voor jullie niets verborgen gehouden. Jullie zijn ingewijden, horen erbij. En wat er ook bij hoort is dat je doet wat ik je bevolen heb. Het gebod van de liefde, het elkaar liefhebben (denk aan de voetwassing) met de agapè liefde die van God komt. Het woord 'vriend' dat Jezus gebruikt maakt juist duidelijk dat de discipelen in de intimiteit opgenomen worden die er tussen Hem en de Vader bestaat. Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, heb Ik jullie liefgehad. Zoals Ik de Vader gehoorzaam heb, vraag Ik jullie nu Mij te gehoorzamen. Zoals voor Mij het doen van de wil van de Vader het belangrijkste was in mijn leven, zo zal voor jullie het gehoorzamen van wat Ik gezegd heb, jullie blijdschap volkomen maken. Zien we hoe de Heer zijn vrienden, de discipelen, de gemeente betrekt in die intieme, relatie die Hij met de Vader heeft. Het woord 'vriend' krijgt een geweldige, diepe, rijke inhoud.
De rijkdom van Jezus' woord gaat aan de discipelen voorbij op dat moment. De Heer spreekt over het komen van de Heilige Geest, die hen in alle waarheid zal leiden, en die wat Jezus gezegd heeft tot werkelijkheid zal maken. Een geweldig belofte. Om gemeente te kunnen zijn van Jezus Christus en om een getuigenis te hebben in deze wereld kunnen we niet zonder de Heilige Geest. Hij zal de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel
( 16:8 ). Beseffen we nu waarom Jezus zei dat het beter voor de discipelen ( en voor ons ) was dat Hij van hen wegging? Hij zal de Jezus groot maken. Vers 14: Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het mijne nemen en het u verkondigen. Al wat de Vader heeft, is het mijne. Hij neemt het uit het mijne en zal het u verkondigen.
ds. W. P. F.