Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Joh.3:16.
Deze bekende woorden uit het Evangelie brengen we meestal met Kerst in verband. Het komen van Jezus in deze wereld, God geeft zijn Zoon. Het Evangelie brengt deze woorden over de liefde van God in verband met Goede Vrijdag, met het kruis op Golgotha waaraan Jezus sterft (vs 15). Dat is dus het moment waarop de liefde van God zichtbaar wordt. Onvoorstelbaar om bij dit vreselijke sterven aan een kruis te spreken over de liefde van God. Gods liefde voor ons mensen is van een andere orde dan wat wij onder liefde verstaan. Dat Jezus de weg naar het kruis is gegaan betekent dat wij de weg naar God kunnen gaan. Dat maakt Jezus duidelijk in de gelijkenis van de Vader met de twee zonen. Overbekend en toch horen we hier over dingen die ons steeds weer opnieuw verbazen en aan het denken zetten en ons tot daden brengen. Welke aardse vader zou dit doen? Bij zijn leven zijn bezit verdelen en weggeven. God gaat zo met ons om. Wanneer je alles wat God gemaakt heeft en binnen je bereik brengt, wilt gebruiken alsof het van jouw is, alsof Hij "dood" is, dan geeft God je inderdaad de mogelijkheid daartoe. Zou de reden daarvoor niet deze zijn: dat als de erfenis en de vrijheid die geëist wordt, geweigerd werd, de zoon misschien wel thuis zou blijven, maar dat dan het echte contact van hart tot hart tussen vader en zoon er ook niet zou zijn? Want daar gaat het om. Niet om het 'braaf' thuis blijven. Dat had de oudste zoon gedaan, altijd kind-aan-huis geweest en toch staat hij (er)buiten als het feest gevierd wordt. De liefde van de vader had hij nooit werkelijk ervaren. Hij had zijn vader altijd gezien als iemand waar hij voor moest werken, voor moest presteren en hij vond zijn vader maar een zuinige baas. Nooit heb ik iets gekregen. Door deze op zich zelf gerichte houding werd hij verblind en heeft nooit geweten wat voor een geweldige vader hij had. Een vader die hem alles wil geven! Al het mijne is van jou! Gods Vaderliefde is altijd anders en groter dan wij denken. Ook de jongste zoon moest daarachter komen. Hij vraagt om vrijheid en om zijn deel van het vermogen en krijgt beide. En hij loopt vast in zijn leven. Maar dan ook helemaal aan alle kanten tegelijk. Dat is soms nodig want zolang wij nog een klein kansje zien om op eigen kracht verder te gaan, gaan we door. Deze zoon begint pas te denken aan terugkeer naar zijn vader wanneer het echt allemaal op is. 'Berouw', 'inkeer' en 'bekering' noemen we dat. En als we deze gelijkenis lezen vragen we ons af wat zo'n bekering eigenlijk waard is. Als hij helemaal vast zit, pas dan begint hij te denken aan terugkeer naar zijn vader. Als hij eerder tot terugkeer had besloten, dan was het wat geloofwaardiger geweest. En wat een eigenbelang klinkt er niet in zijn woorden door. De dagloners thuis hebben brood genoeg en ik kom om. De terugkeer (bekering) wordt kennelijk niet allereerst door nobele gevoelens van een diep berouw ingegeven maar door een schreeuwende honger. De jongste zoon begrijpt onder tussen wel dat zijn terugkeer "het uur van de waarheid" zal zijn. Hij zal eerlijk moeten toegeven dat hij door zijn eigen weg te gaan, gezondigd had tegen de hemel en tegen zijn vader. Van het resultaat van zijn terugkeer en schuldbelijdenis heeft deze zoon ook niet zo'n hoge verwachting. Hij zet laag in: een plaats tussen de minste van de knechten. Een onzeker positie waar je nooit zeker van kunt zijn. De economie kan zomaar instorten, dat had hij aan den lijve meegemaakt en iedereen weet wie dan als eerste de dupe ervan zijn. Maar daar neemt hij genoegen mee, een dagloner te worden, dan krijg je tenminste te eten. Meer kan hij niet verwachten: zijn rechten als zoon heeft hij verspeeld. Hij kent zijn vader alleen als iemand die formeel en juridisch redeneert. Omdat hij zelf zijn hele leven zo gedacht heeft. Zo gaat dat maar al te vaak. Vanuit onze eigen ervaringen vormen wij onze voorstelling van God. Van een Vaderhart vol liefde, heeft hij en hebben wij vanuit ons zelf geen idee. En dat is nu juist in deze gelijkenis het verassende: die liefde is er wel. De vader heeft blijkbaar vaak op de uitkijk gestaan. Hij heeft altijd gehoopt op de terugkeer van zijn zoon. Hij herkent hem van verre en wordt met ontferming bewogen. Hij snelt toe en schaamt zich niet voor die vuile zwerver. Hij valt hem om de hals en kust hem. Tranen van vreugde. De zoon begint zijn uit het hoofdgeleerde woorden maar zodra hij over zijn eigen waardigheid begint ( niet meer zoon maar misschien knecht ) kapt zijn vader hem af. Schuld moet beleden worden, zeker, maar er is geen ruimte om te gaan onderhandelen over je eigen waardigheid, over je eigen positie. Je waardigheid, die krijg je, die heb je niet, die verdien je niet, daar wordt je mee bekleed. Nieuwe kleren - de gerechtigheid van Christus, een nieuwe ring (de creditkaart van papa), nieuwe schoenen (nooit meer gebrek). Het is Feest! Geen dagloner, maar zoon. "Mijn ZOON is terug! Hij was verloren en is gevonden. Hij was dood maar nu leeft hij". Sommigen mensen denken dat zij eerst genoeg berouw moeten 'presteren' om aangenomen te worden. Maar dat is in strijd met de genade: je hoeft niets te presteren. Kom vanuit je diepe nood, maar zo, zoals je bent. Als je maar helemaal komt. De Vaderliefde van God is altijd groter dan wij denken. Hij ziet er naar uit dat wij komen. Hij neemt je op met blijdschap. Hij gaat zelfs naar buiten om de andere zoon die buiten blijft, te vragen binnen te komen. Een open einde....
Jezus leert ons in deze gelijkenis belangrijke dingen over zijn hemelse Vader.
Deze Vader wil dat wij naar Hem toegaan en vragen. Alles van Hem is er voor ons. Bid en je zult ontvangen.
Deze Vader accepteert je direct en totaal wanneer je met je zonden naar hem toe gaat. Je krijgt de positie van zoon, die verdien je niet.
Deze Vader wil dat een zoon en een dochter van Hem royaal leeft en geeft. Naar zijn aard.
W.P.F.